Al 150 jaar relevant
De methode werd in 1866 ontwikkeld door Hennberg en Stohmann in de Duitse plaats: Weende. Deze methode is ook bekend onder de naam “proximate analysis”.
De reden dat deze analyse na zo’n lange tijd nog steeds relevant is kent verschillende oorzaken. Zo is de analyse relatief eenvoudig, goedkoop en is het routinematig uit te voeren. Ook is in het verleden veel diervoeder onderzoek gedaan met de Weende analyse. Door dezelfde methode te gebruiken als voorgaande onderzoeken is het vergelijken van resultaten makkelijker.
Vanuit de EU is besloten dat diervoeders op het etiket verplicht het minimum gehalte van ruw eiwet, vetten en het maximum gehalte van ruwe celstof en as moeten vermelden. Deze resultaten zijn allemaal te verkrijgen met de Weende-analyse.
De verschillende groepen
De Weende analyse bestaat uit zes verschillende groepen, hieronder worden deze toegelicht en kort uitgelegd hoe wij tot de resultaten komen.
Vocht
Een monster wordt volgens een voorgeschreven tijd en temperatuur in een stoof geplaatst. Door verdamping van vocht neemt het gewicht van het monster af.Alles wat bij deze voorgeschreven tijd en temperatuur verdampt wordt als vocht gezien. Het vochtgehalte kan vervolgens worden bepaald aan de hand van het gewichtsverlies.
Anorganische stof (AS)
Ook deze groep wordt gemeten door middel van een oven. Alleen is de oven die gebruikt wordt voor het bepalen van as 550 graden celcius. Door deze hoge temperatuur verbranden alle organische bestandsdelen. Wat overblijft zijn de massa- en spoorelementen. AS wordt ook minerale fractie genoemd.
N-houdende stof (RE)
Eiwit heeft vrij constante gehalte aan Stikstof (16%). Zo kun je door het niveau van stikstof te bepalen, ook het niveau van ruw eiwit berekenen. De stikstof wordt bepaald door de Kjeldahl methode.
Ruw vet (RVET)
Om het gehalte ruw vet te bepalen wordt een monster in een soxhlet opstelling geplaatst. In deze opstelling wordt het vet met behulp van een extractiemiddel uit het monster geëxtraheerd en opgevangen in een kolf. Door het extractiemiddel in te dampen en vervolgens het overgebleven product in de kolf te drogen blijft enkel het ruw vet over.
Ruwe celstof (RC)
Door het monster te koken in een verdunde oplossing van een sterk zuur en een sterke base kun je het gehalte ruwe celstof bepalen. Het product wat namelijk overblijft na het koken is de organische stof: ruwe celstof.
Overige koolhydraten (OK)
Naast de ruwe celstof zijn er meerdere koolhydraten aanwezig. Deze worden gecategoriseerd in “overige koolhydraten”. Deze groep wordt bepaald met een berekening. Stoffen als zetmeel, suikers, vitaminen en organische zuren komen voor als OK in de Weende analyse.
Productmatrix
- Diervoeder en diervoedergrondstoffen