Homogeniteit & verslepingsonderzoek
Diervoederproducenten mengen verschillende ingrediënten om een uitgebalanceerd voer te produceren. Een gelijkmatige verdeling, oftewel homogeniteit, is essentieel. Dit controleren we met een homogeniteitsonderzoek, waarbij tracers aantonen of de menging overal consistent is.
Daarnaast is het belangrijk dat er geen resten van eerdere batches achterblijven in de machines, vooral bij medicinale voeders. Dit risico, versleping genoemd, controleren we met verslepingsexperimenten. Zo waarborgen we de kwaliteit en veiligheid van diervoeders.
Microtracers
- Precisie: Microtracers kunnen op een veel lager niveau meten dan traditionele methoden, zoals de mangaaneiwit methode. De standaard mengverhouding is 1:100.000 (10 gram microtracers per 1000 kg product).
- Niet-destructief: Testbatches hoeven niet vernietigd te worden, wat betekent dat ze als normale productiebatches kunnen worden uitgeleverd.
- Validatie van mengtijden: Verschillende kleuren microtracers kunnen op verschillende tijdstippen aan de menger worden toegevoegd om mengtijden te valideren.
- Eigenschappen: Microtracers zijn zeer fijne deeltjes met een hoog ijzergehalte, omhuld met een niet-giftige voedselkleurstof. De kleur is niet zichtbaar in diervoeder en wordt tijdens de analyse behandeld om de kleur te ontwikkelen.
- Directe methode: Microtracers worden geanalyseerd door het tellen van deeltjes.
Mangaaneiwit
- Traditionele methode: De mangaaneiwit methode is een traditionele methode die al lange tijd wordt gebruikt voor homogeniteits- en verslepingsonderzoeken.
- Destructief: Testbatches moeten vaak vernietigd worden na het onderzoek, wat betekent dat ze niet als normale productiebatches kunnen worden uitgeleverd.
- Minder precisie: De mangaaneiwit methode meet op een hoger niveau dan microtracers, wat betekent dat de metingen minder precies zijn.
- Indirecte methode: Mangaaneiwit methoden zijn gebaseerd op de bepaling van de concentratie van een stof.
Microtracers: Voor het bepalen van de homogeniteit worden monsters direct na de menger en van elke eindvoeder (bijv. meel en/of pellets) aan het einde van de productielijn genomen. Voor verslepingssmetingen worden monsters genomen van de tweede voederbatch waaraan geen Microtracer is toegevoegd.
Mangaanoxide: Monsters van de maïsmix worden verzameld van de maïs (en eventueel tarwe) die wordt gebruikt voor de samenstelling van de mix, minimaal zes monsters bij de instroom naar de persmeelbunker, en minimaal zes monsters bij de instroom naar de eindproductsilo.
Wil je meer weten over de methoden en protocollen voor monstername? Bekijk dan de documenten van GMP+ en Ovocom voor gedetailleerde instructies en aanbevelingen.
GMP+ International biedt het GMP+ Feed Certification scheme, dat veel wordt gebruikt in Nederland. Dit schema richt zich op het waarborgen van de voederveiligheid door middel van HACCP-principes en aanvullende voorwaarden voor het beheersen van residuen en homogeniteit van kritische toevoegingsmiddelen en diergeneesmiddelen.
Ovocom beheert de FCA (Feed Chain Alliance) standaard, die specifiek is ontwikkeld voor de diervoedersector in België. Deze standaard is internationaal erkend en uitwisselbaar met andere voederveiligheidsstandaarden, maar heeft een sterke basis en toepassing in België.
Microtracers: De monsters worden geanalyseerd op Microtracer-gehalte door de magnetische deeltjes te scheiden met een roterend permanent magnetisch gereedschap, de roterende detector. De microtracers worden verzameld op een filter dat op een sterke magneet is gemonteerd. Daarna wordt het filter gedemagnetiseerd en de microtracers worden verspreid over een groter filter dat is voor bevochtigd met een speciale kleurontwikkelingsvloeistof. De gevormde kleurspots worden geteld met een softwareprogramma.
Mangaaneiwit: De monsters worden geanalyseerd op het gehalte aan mangaan en eiwit. Voor mangaanmetingen wordt een ICP-OES (Inductively Coupled Plasma Optical Emission Spectrometry) gebruikt, en voor eiwitmetingen wordt de Kjeldahl-methode toegepast. Voor eiwitbepalingen kan ook de Dumas-methode worden gebruikt.
Van ons ontvang je een COA en een handmatig rapport. Je kan de resultaten vergelijken met de vastgestelde normen en richtlijnen, zoals die van GMP+ of Ovocom, om te bepalen of de homogeniteit en versleping binnen acceptabele grenzen vallen.
Wil je meer weten? Bekijk dan de documenten van GMP+ en Ovocom voor gedetailleerde instructies en aanbevelingen.